Wat wij geloven

  1. Wij geloven dat Gods Woord, De Bijbel (Genesis 1 t/m Openbaring 22) onverdeeld de enige toetssteen is voor elke leer en traditie. Geleid door Gods Geest richten wij ons leven naar Gods Woord, waardoor wij o.a. met vreugde de (feest)dagen van JHWH gedenken en onderhouden.

    Deut. 4:2. U mag aan het woord dat ik u gebied, niets toevoegen en er ook niets van afdoen, opdat u de geboden van de Heere, uw God, die ik u gebied, in acht neemt.

    Openb. 22:18-19. Want ik getuig aan ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand iets aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven zijn. En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afdoen van het boek des levens, en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven staan.

  2. Wij willen de Eeuwige (JHWH), de God van Awraham (Abraham), de God van Jitschak (Isaäk) en de God van Ja’akov (Jacob) dienen.

  3. Wij hebben Zijn Zoon, Jesjoea (Jezus) als de Masjiach (Messias) van gans Israël aangenomen als Heiland en Verlosser, en willen Hem volgen als mensen van de Weg.

    Hand. 24:14. Maar dit erken ik voor u: dat ik volgens die Weg die zij sekte noemen, op die manier de God van de vaderen dien, en dat ik alles geloof wat er in de Wet en in de profeten geschreven staat.

  4. Wij geloven, dat wij als gelovigen uit de volkeren geënt zijn in de “Edele Olijf” (Israëls Gods).

    Rom. 11:16-18. Als een klein deel van het deeg aan God is gewijd, is al het andere deeg het ook; als de wortel aan God is gewijd, zijn de takken het ook. En als nu sommige takken van de edele olijfboom zijn afgebroken en u, loten van een wilde olijfboom, tussen de overgebleven takken bent geënt en mag delen in de vruchtbaarheid van de wortel, dan moet u zich niet boven de takken verheffen. Als u dat doet, moet u goed bedenken dat niet u de wortel draagt, maar de wortel u.

    Gal. 6:16. En allen die in overeenstemming met deze regel wandelen: vrede en barmhartigheid zij over hen en over het Israël van God.

  5. Wij geloven dat wij medeburgers en huisgenoten van God zijn, gebouwd op het fundament van profeten en apostelen, terwijl Jesjoea haMasjiach (Jezus) zelf de hoeksteen is.

    Efeze 2:19: Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en de profeten, met Christus Jezus als hoeksteen.

  6. Wij geloven dat gelovigen uit alle volkeren, die zich identificeren met Israël, Gods volk en Zijn land, samen Gods gemeente vormen, het lichaam van Jesjoea haMasjiach.

    Deut. 26:15. Zie neer uit Uw heilige woning, uit de hemel, en zegen Uw volk Israël en het land dat U ons gegeven hebt, zoals U onze vaderen gezworen hebt, een land dat overvloeit van melk en honing.

    Ruth 1:16. Maar Ruth antwoordde: Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt zal ik slapen; Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.

  7. Wij geloven, dat de eenheid in Gods Gemeente, zoals God dit bedoeld heeft, alleen werkelijkheid kan worden, als Gods onderwijzing hersteld en in de praktijk gebracht wordt. Deze onderwijzing die in de Tora en de profeten gegeven wordt, is door Jesjoea haMasjiach niet afgeschaft, maar tot volheid gebracht.

    Matth. 5:17–19. Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar om te vervullen. Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is. Wie dan één van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen.

  8. Wij geloven dat wij, gelovigen uit de volkeren samen met de Messiasbelijdende Joden, opdracht hebben gekregen om niet-gelovigen tot discipel van Jesjoea te maken.

    Matth. 28:19-20. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat ik u geboden heb, in acht te nemen.

    En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.